16 februari: Dunedin


Vandaag, zondag 16 februari 2014, zijn wij naar Otago Peninsula gereden. De 24 km lange Otago Peninsula ten zuidoosten van Dunedin is een belangrijke broedplaats voor zeevogels en het biedt bescherming aan de bijna uitgestorven Yellow-eyed Penguin. Pelsrobben en de Nieuw-Zeelandse Zeeleeuwen komen hier op verschillende plaatsen aan land om jongen te krijgen.
De vulkanische heuvels, steile landtongen en de kliffen bieden dus genoeg rustige plekjes om zich voort te planten, voedsel te zoeken en te rusten. Ons doel was het allernoordelijkste puntje, Taiaroa Head, de enige plek ter wereld waar een koningsalbatroskolonie op het vasteland nestelt. 


De stelletjes albatrossen paren er in november en broeden in december en januari waarna de eieren uitkomen. In september zijn de jonge vogels volwassen. Deze gigantische beesten met een spanwijdte van maar liefst drie meter zijn vooral aan het einde van de middag te zien. 

Wij reden eerst naar Allans Beach aan de zuidkant van het schiereiland. Daar wachtte ons een verrassing. Wij kwamen voor  de New Zealand fur seals of oorrobben, maar vonden verborgen tussen de rotsen twee broedende Little Blue Penguins. Een zeldzaamheid in deze tijd van het jaar. Het zijn de kleinste pinguins en worden ongeveer 30 cm groot met een gewicht van ongeveer 1 kg. 


De Oorrobben lagen te zonnebaden op het strand. Zij hebben kleine externe oorkleppen, kunnen op hun vinnen lopen met het lichaam vrij van de grond, en maken gebruik van de voorste flippers om te zwemmen. Zodra je te dicht bij kwam, kon je zien hoe ze zich voortbewogen. 



Met de boot zijn wij naar Taiaroa Head gevaren om vanaf het water de Royal Albatross van de berg naar beneden over het water te zien scheren. Gelukkig was er veel wind, niet voor ons natuurlijk, het bootje ging hevig te keer, maar om de albatros te zien. Deze enorme vogel heeft veel wind nodig om te vliegen. 
Twee kleine dolfijnen hadden blijkbaar veel plezier en probeerden onder de boot door te zwemmen van links naar rechts en weer terug. We kregen niet de gelegenheid ze op de foto te zetten. Ook de kleine blauwe pinguin stak telkens zijn kop boven het wateroppervlak uit. Hij was te klein om te fotograferen. 


Op de rotsen zagen we een kolonie Stewart Island Shags of gevlekte aalscholvers. De meeste soorten hebben een verenkleed, dat door de losse structuur vrij gemakkelijk nat wordt. 
De lichaamslengte varieert van 50 tot 100 cm. Aalscholvers zijn vrij grote zwemvogels die voornamelijk van vis leven. Ze hebben een lange snavel met aan de bovenzijde een haakvormige punt die uitsteekt tot over de onderzijde.


Er waren ook vele soorten meeuwen te zien, waaronder de Black Backed Gull of grote mantelmeeuw en de Red-billed gull of roodsnavelmeeuw. 


Aan het eind van de middag keerden we terug naar Fletcher Lodge, verwaaid en gebruind door de zon.
We wilden vanavond Koreaans gaan eten, maar veel restaurantjes zijn op zondag dicht. Dus werd het vanavond weer pasta bij het Italiaanse restaurant Etrusco. 


Tot slot nog een foto van een oorrob die met uitgestoken tong voor ons poseerde.

Aantal gereden km: 172